Eerste test – Aprilia RSV4 Factory 2025

De krachtigste serieproductie superbike kwam lange tijd uit Noale, totdat men in München en Bologna een behoorlijke inhaalslag maakte. Aprilia laat zich echter niet gek maken en slaat terug, voor 2025 staat er maar liefst een moddervette 220 pk in het specsheet van de ravissante RSV4 Factory. Een absolute erezaak, waarbij het gestegen vermogen niet het enige vermeldenswaardige nieuwe is!
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.

De nieuwe Aprilia RSV4 moest de superbike vergelijkingstest aan het begin van het jaar helaas aan zich voorbij laten gaan, omdat hij simpelweg nog niet beschikbaar was. Pas half maart startte men in Noale de productie van de grondraket op en rolden de eerste Euro 5+-superbikes van de band. Daaronder ook het chique Factory-exemplaar dat wij nu eindelijk op het prachtige Mugello aan de tand mogen voelen.
Het belangrijkste eerst: de Italiaanse techneuten hebben het paradepaardje uit hun RS-stal niet alleen over de meest actuele geluids- en emissiehorde getild, maar de toch al potente V4 ook nog meer vermogen gegeven: een trotse 220 pk vermeldt het technische fiche tegenwoordig. En daarmee laat de RSV4 de eveneens sterker geworden concurrentie (BMW M1000RR 218 pk, Ducati Panigale V4S 216 pk, Honda CBR1000RR-R Fireblade SP 218 pk) met twee en respectievelijk vier pk achter zich. Geneuzel in de marge, zullen sommigen nu denken, maar in Noale wilden ze onder geen beding de titel ‘krachtigste serieproductie superbike’ uit handen geven. Om die titel te kunnen claimen is onder meer de blokperiferie onder handen genomen. En dan met name het injectiesysteem, dat nu met een druk van 4 in plaats van 3,5 bar werkt. Daarnaast groeiden de gaskleppen van 48 naar 52 millimeter. Samen met het herziene uitlaatsysteem en de herprogrammeerde klepregeling staan er bovendien onder de vijfduizend toeren nu aanzienlijk meer newtonmeters tot je beschikking. Puur ter kennisgeving, op het GP-circuit van Mugello zullen we immers nauwelijks in dit toerengebied komen.
Naast het blok heeft Aprilia ook het chassis aangepakt. De V4 hangt nu vijf millimeter hoger in het frame, de lagering van de swingarm is met 2,5 millimeter verhoogd en de offset met twee millimeter vergroot. Aanpassingen die met name de handling van de RSV4 ten goede zouden moeten komen. Echter zonder dat de stabiliteit het kind van de rekening wordt, iets waar onder meer de nieuw gevormde winglets aan bijdragen. In combinatie met de nieuw gekalibreerde wheelie-controle zou dat in optimale voorwaartse drang moeten resulteren. Omdat de RSV4 nu al anticipeert voor het voorwiel het luchtledige kiest, kan er nóg eerder en daarmee fijngevoeliger worden ingegrepen. Bovendien hebben de ingenieurs verantwoordelijk voor de tractiecontrole nu ook slidecontrole toegevoegd, waarmee maximale acceleratie onder hellingshoek nu ook tot het menu behoort. Aan de negatieve acceleratie is trouwens eveens gedacht en wel in de vorm van Brembo’s nieuwe Hypure-remklauwen.
Voor de eerste stints op het circuit heeft Aprilia Michelin’s Power Cup 2 circuitbanden gemonteerd, omdat het asfalt na een flinke regenbui nog behoorlijk koel is. De natte plekken verdwijnen echter snel, het geweld kan dus losbarsten. Een uitspraak die je in deze behoorlijk letterlijk kunt nemen trouwens. Want wat de 1.099cc-V4 op het lange rechte stuk tussen start en finish tentoon spreidt, kun je allesbehalve als lieflijk omschrijven. In een mum van tijd staat er meer dan 300 km/uur op de klok. De V4 bouwt zijn enorme vermogen daarbij opvallend lineair op over het hele toerentalbereik en doet de wereld om je heen al bij gemiddeld toerental vervagen. Wauw!
Aan het einde van het rechte eind worden de remmen voor het eerst zwaar op de proef gesteld. Remstabiliteit is altijd al een sterk punt geweest van de RSV4 en deze 2025-versie verandert daar helemaal niets aan. Op de Michelin-banden laat de Aprilia zich ook remmend gemakkelijk insturen en met wat lichaamsinzet nauwkeurig door de bocht leiden. Daarna is het weer gas tegen de stuit, waarbij de bevelen in alle drie de beschikbare mappings min of meer direct, maar nooit agressief in daden worden omgezet. De RSV4 presenteert zich weliswaar als sterk, maar tegelijkertijd ook als best toegankelijk en wekt snel vertrouwen. De Italiaan volgt gehoorzaam commando’s van zowel lichaam als stuur op en het tempo gaat daarom al snel wat omhoog. Ronde na ronde worden er onder hellingshoek steeds meer paarden op het achterwiel losgelaten, waarna er in de standaardsetting uiteindelijk wel lichte onrust aan de achterkant komt. Als je dapper gas blijft geven, brengt de elektronica het pompen weer onder controle, maar daarvoor moet de gasklep merkbaar worden gesloten.
Terug in de pitbox gaat de afstelling van de vering daarom licht op de schop: meer voorspanning achter en wat extra acceleratieondersteuning van de semi-actieve Öhlins-vering moeten wat meer rust aan boord brengen. En dat lukt prima. De achterzijde voelt nu merkbaar strakker en houdt onder acceleratie nu prima stand, er is nog maar minimale beweging. Hoewel Aprilia nog steeds vertrouwt op het Smart EC 2.0-systeem van Öhlins, dus niet is overgestapt op de nieuwe 3.0-generatie met snellere ‘spool-valve’ technologie, geeft de motorfiets een geweldige feedback wanneer je het gas vanaf de apex opent.
Deze feedback wordt nog beter na de wissel naar Michelin Power Performance Slicks (voor ‘soft’, achter ‘24’). Deze bieden nog meer grip en maken zo het werk van de elektronica nog makkelijker. Bovendien activeert Aprilia de corner-by-corner-functie van rijwielgedeelte en elektronica, standaard op de Factory. Via een app wordt het circuit in de motorfiets geladen met de gewenste instelniveaus van verschillende hulpsystemen voor de afzonderlijke baansecties/bochten. Vervolgens toont het nieuwe dashboard met diverse thema’s en geïntegreerde GPS-laptimer in de linkerbenedenhoek een klein circuit (leuk weetje: het is altijd Monza) en geeft daarmee aan dat het systeem actief is. Hier wat meer wheelie-onderdrukking, daar wat meer demping: lijkt wat overdreven voor de gemiddelde amateur, maar het werkt uitstekend.
In de laatste stint staat de RSV4 qua afstelling helemaal op punt, nu is er duidelijk meer rust aan boord en kan het vermogen merkbaar gemakkelijker worden benut. Wie de tijd neemt, kan dus via de corner-by-corner-functie nog wat extra tijdwinst uit de machine peuteren.
Öhlins-vering en alle beschikbare pakketten zijn standaard weggelegd voor de RSV4 Factory. Dat krijg je uiteraard niet voor niets, Aprilia vraagt namelijk € 29.549,- (B € 26.999,-) voor het totaalpakket. Behoorlijk wat centen, maar toch blijft het topmodel uit de Aprilia-stal daarmee heel ruim onder de prijs van zijn directe concurrenten. De standaardversie is er overigens al vanaf € 24.249,- (B € 21.999,-). Helemaal geen verkeerde prijs voor de ‘sterkste superbike op de markt’.
Conclusie
De perfect afgestelde V4 van de RSV4 Factory doet wat de technische specificaties beloven: trakteert je op een lineaire vermogensontplooiing en meedogenloze schop in de rug in het bovendeel van het toerenbereik. Het rijwielgedeelte van de Aprilia blijft ondanks de meer extreme lay-out zeer stabiel en ook het recentelijk nog licht bekritiseerde stuurkarakter valt bij deze eerste test in positief zin op. De nieuwe slide-control kan zijn vruchten pas echt afwerpen wanneer de afstelling van de semi-actieve Öhlins vering klopt. Met een vastberaden rijstijl is de Aprilia dan echter ook wel écht snel!
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties














































