Reizen – Langs de Europese grens
Motorreizen is al sinds jaar en dag een constante factor in mijn leven. Soms komt er dan ineens een nieuw idee in je op, waarvoor legio redenen te bedenken zijn om het niet te doen. In het vroege voorjaar met een Royal Enfield Bear 650 losjes, dus zonder een strak vooropgezet plan, langs de rand van Europa rijden bijvoorbeeld. Er is echter ook een goede reden te bedenken om het wél te doen: omdat het inspireert en verrijkt!
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.

In een eerdere periode draaide een groot deel van mijn leven om ultralangeafstandsavonturen, zoals de grootste afstand rond de wereld in de kortst mogelijke tijd of een reis rond de wereld in slechts negentien dagen. Veertig jaar later zie ik mezelf meer als een motorrijder op tournee die het rustiger aan doet, meer wil zien. Termen als langste, moeilijkste of snelste worden vervangen door een avontuurlijke stijl die iets meer willekeurigs heeft. Wanneer je een leven lang avonturen met een bepaald doel hebt beleefd, kan het zijn dat je ineens de behoefte voelt aan een meer ad-hoc rit zonder te weten wat de volgende stap zal zijn.
Waar je de ene dag verblijft op een plaats waar land de zee ontmoet, waar achterafweggetjes rond landtongen en kliffen slingeren, ver weg van drukke stranden, waarna de volgende dag weer iets heel anders brengt. En zo heb ik onbedoeld een van de langste rondreizen gemaakt op het op één na drukste continent ter wereld. De voorbereiding was allesbehalve tot in de puntjes geregeld. Een perfecte inpakker ben ik nooit geweest. Het gaat doorgaans wat overhaast en dan worden er weleens wat elementaire zaken over het hoofd gezien. Onderweg dient zich echter altijd wel een oplossing aan en bovendien ben ik een fervente aanhanger van de ‘minder is beter’-theorie. Wanneer je iedere dag veertig minuten nodig hebt om uit en ook weer in te pakken, verlies je elke week een hele dag.
Ik gebruik zachte koffers gevuld met enkel de meest hoognodige zaken, zoals een paar spijkerbroeken, sneakers, sokken en wat T-shirts. Achterop de buddy heb ik mijn kampeer- en kookspullen stevig vastgebonden. En dan kan de reis beginnen! Die begint pas echt in Hotel de Ville in het centrum van Calais, vanwaaruit ik eerst naar de High Street rijd voor een kop koffie. De meest opwindende ontdekkingen zijn vaak klein en verborgen, onopvallend gelegen. Zoals bijvoorbeeld het recentelijk geopende vintage café La Cafétoria. Aan de overkant ontwaar ik een gebouw met een vervaagde nieuwheid en de kale anonimiteit van beton uit de jaren ’70. Het ontbeert alles wat een gebouw historisch interessant maakt, maar het is wel deels opgeknapt. Een ziel heeft het nog altijd niet, maar er zit nu in ieder geval iets van gratie in.
Calais, in 1347 door koning Edward III van Engeland veroverd en ongeveer 200 jaar later door de Fransen heroverd, is voor generaties motorrijders gewoon een plaats om de veerboot over Het Kanaal te nemen. Ik begin aan deze onderneming begin maart en hoewel de Lage Landen warme wind en lenteweer beloven, weet ik uit ervaring hoe lang de winters in het heldere noorden van Noorwegen kunnen blijven aanhouden. ’s Nachts een lawine waardoor de weg wordt geblokkeerd? Meermaals meegemaakt, dus gaat het na een Flat White met koekje tegen de klok in naar het westen en zuiden, een ongewoon verstandige beslissing.
Rijden naar onbekende bestemmingen opent de kans tot het openen van een nieuwe deur. Niemand weet hoe het leven eruitziet dat we niet hebben gekozen en mijn persoonlijke schip vaart langs plaatsen die me op de een of andere manier intrigeren, maar waarvan ik het bestaan niet kende. Plaatsen als Le Touquet, met zijn smalle, rustige straatjes op zondag, het oudste café van Frankrijk (Le Café de la Poste) en boho-chique charme. Boulogne-sur-Mer overtuigt met zijn casino’s, chique uitstraling en de geur van knapperig brood, is elegantie ten voeten uit. Verder naar het westen, langs de kust van Normandië, staan kleurrijke vakwerkhuizen dicht op elkaar gepakt rond de mooiste oude haven van Frankrijk. De schattige restaurantjes van Honfleur verspreiden een tsunami van zeegeuren, vermengd met het geklingel van bestek op borden. Aan de overkant, waar de machtige Seine uitmondt in Het Kanaal, staat een kerk die volledig is gebouwd door scheepstimmerlieden, met hout afkomstig van tot op het bot gestripte Britse galjoenen die door de lokale bevolking waren gekaapt.
Het prachtige uitzicht vanaf de heuvels boven de haven is meermaals vereeuwigd door de impressionistische kunstenaar Claude Monet en zijn schildersvrienden. Dat zegt eigenlijk al genoeg over de schoonheid. Zoals de Fransen zeggen: ‘Petit à petit, l’oiseau fait son nid’. Ofwel: ‘beetje bij beetje bouwt de vogel zijn nest’. Zo ontwikkelt ook deze reis zich toch wel enigszins anders dan een ‘normale’ vakantie. De meesten van ons voelen zich op het gemak bij het warme déjà vu-gevoel. Je bent al eens naar het Zwarte Woud in Duitsland gereden, of naar de Stelvio in Italië of de Grossglockner in Oostenrijk.
Je weet waar je goed kunt overnachten, waar de mooiste wegen liggen. Er is echter ook een tegenpool van dit gevoel: jamais vu. Dat is een psychologisch verschijnsel waarbij iets dat bekend zou moeten zijn door iemand als volkomen vreemd wordt ervaren. Je ontmoet bijvoorbeeld steeds weer dezelfde mensen of bezoekt dezelfde plaatsen, maar elke keer weer voelt het als de eerste keer. Ik denk inmiddels dat het vertrouwde Europese inmiddels weinig verrassingen voor me heeft, maar gelukkig is dat allesbehalve het geval! Nieuw is ook de Royal Enfield Bear waarmee ik de reis maak, die aangenaam voortkabbelt met zijn diepe gebrom. Die nog jonge band met de Indiase twin zorgt er ook voor dat ik me afvraag of ’ie het wel volhoudt tot het einde van de rit.
Ik mag dan alleen maar in Europa onderweg zijn, de route is lang genoeg om de hele wereld een keertje te ronden. De Bear wordt omschreven als een ‘urban scrambler’ en dat suggereert in mijn optiek weinig topsnelheid maar wel een uitgebalanceerder karakter. Het is ook een heel andere motorfiets dan de machines die ik tot nog toe reed, hij lijkt zich het meest op zijn gemak te voelen op bochtige trajecten met snelheden tussen de 60 en 100 km/uur. De berustende twin brengt me langs de kust van Bretagne, niet met de knieën aan de grond en niet door de nacht, maar op aanstekelijke wijze en langs interessante dingen. Voorbij Brest en Quimper maak ik een stop bij Les Machines de l’Île, in de industriële wijk van Nantes.
Les Machines de l’Île zijn grootschalige automaten, waarvan de meest spectaculaire, Le Grande Elephant, een mechanische, op maat gemaakte dikhuid is van twaalf meter hoog. Deze is gemaakt van 45 ton Afrikaans hardhout dat met staal aan elkaar is gestikt. Het is de constructieve slimheid die me zo aanspreekt, zonder dat het ook maar op een enkele manier nuttig is, behalve dan om de verbeelding te prikkelen. Maar soms is dat gewoon voldoende. Inmiddels ben ik alweer zes dagen op pad.
Rond Mercheirs sur Gironde, ten westen van Bordeaux, beland ik in een veld bij Biscosserie. Ik kampeer op een strook gras van een lokale vliegclub, met mijn tent verscholen achter een oud kantoorgebouw dat van binnen versierd is met afgetakelde posters van vliegtuigen uit vervlogen tijden. Terwijl de soep staat te pruttelen, bedenk ik me dat iedereen die ik inmiddels heb ontmoet buitengewoon charmant was. Wanneer je mensen met een glimlach tegemoet treedt, krijg je die automatisch terug. Ik hou van de Fransen, vind het land ook één van de mooiste ter wereld. Hoewel ik Spanje misschien nog wel een beetje leuker vind.
De volgende avond, aan de Golf van Biskaje en het Bassin d’Arcachon, bevind ik me in een charmant hotel waar het menu ‘8 Courteous Persillies’ aanprijst. Wat zich laat vertalen als ‘zeer dure peterselie’. Dan ga ik toch maar voor de oesters vooraf, gevolgd door een hoofdgerecht van zeebaars, vers gevangen in de baai. Tijdens het diner mijmer ik over eigen familie-uitstapjes naar kleine Franse haventjes, waar mijn toen nog jonge zoons vrolijk lachend in het water van de vriendelijke zee speelden. Onderweg denk ik sowieso altijd veel aan mijn familie, dat zal toch ergens wel een beetje samenhangen met de eenzaamheid, al klinkt dat wellicht wat negatief, van het alleen onderweg zijn. Beetje dat gevoel van wegrijden van mensen, die steeds kleiner worden tot ze verdwijnen. Daarentegen ligt dan wel de hele wereld voor je, klaar voor avontuur! Ik baan me een weg door de bossen en communes van het departement Landes via smalle straatjes die tussen dennenbomen door voeren. Plotseling sta ik op de A63, die Bordeaux met de Spaanse grens verbindt.
Ik pak een zijweg en rij richting de kust. Wanneer ik stop, hangt er in de stilte een geur van cederhout met aardse ondertonen, die ik nog het beste kan omschrijven als harsachtig en balsamico. Het valt ook op dat er overal auto’s zijn. Vroeger was er hier nog ruimte, maar die is in de buurt van de kust nu volledig verdwenen. Wanneer een volledig lege weg je ideaalbeeld van vrijheid is, moet je echt het binnenland in. De alomtegenwoordigheid van auto’s vereist zelfs een behoorlijke mate van vindingrijkheid om een foto langs de kustweg te maken zonder dat er een auto in beeld is. Maar goed, het is wat het is… Hotels zijn natuurlijk geweldig, maar doen tegelijkertijd wel een beetje afbreuk aan het idee van echt avontuur. Als het ook maar enigszins mogelijk is, kies ik daarom voor kamperen, bij voorkeur in de vrije natuur. Meer soep, knapperig brood en zo donker dat je de sterren kan aanraken. Klein en verborgen achter een heg voel ik me dan gelukkiger dan ooit. Zo ook bij het volgende punt op de horizon: de Picos de Europa voor de Cantabrische kust van Noord-Spanje.
In de buurt van Santander zie je het meteen: de enorme richel van kalksteen in een verborgen deel van de wereld. De Picos waren het eerste wat schepen uit Amerika zagen als ze Europa naderden en dat moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest, want dat is het nog altijd. Na het vriendelijke stadje Potes rij ik een kleine twintig kilometer in westelijke richting en sla rechtsaf bij het dorp Espinama. Ik zet koers naar Hotel Aliva, waar Cantabrische gemzen nonchalant de weg oversteken. Overal zijn alpenkraaien en buizerds, en in de afgelegen delen bruine beren en wolven. Vanaf hier trekken herders in de zomer met hun schapen, geiten en koeien de vallei in om hun Cabrales te maken, een geurige blauwader kaas.
Asturische narcissen en reusachtige orchideeën wachten op honingbijen, terwijl kristalhelder bronwater uit rotsspleten borrelt en kleine beekjes vult. Persoonlijk draait reizen vooral om het zoeken naar nieuwe ervaringen op onbekende plekken, maar soms is er ook de geruststelling dat alles wat je zo mooi vond aan een plek er nog steeds is. Na een tijdje worden plekken oude vrienden. De Portugese kust van Porto tot Lissabon is zo’n plek, zo zonnig en levendig dat je de binnenwegen nooit meer wilt verlaten. In Lissabon, in café A Brasileira do Chiado, een van de drie oudste cafés van de stad, zit ik op het terras naast mijn motor, met een hamburger en frietjes voor me. Een Bulgaarse bedelaar is vriendelijk en we raken aan de praat, terwijl ik een kop koffie voor hem koop. Op het plein rammelen en piepen de trams als ze voorbijrijden. Op een zonnige dag in een café zitten met genoeg geld om ervan te genieten, is de minimumnorm voor hoe mensen hun tijd zouden moeten doorbrengen. Gelukkig is die luxe voor me weggelegd. In het zuidoosten van Spanje, op weg naar de witte dorpjes van Las Alpujarras in Andalusië, kampeer ik weer in het wild, maar nu aan derand van een bos.
’s Nachts is het hier stervensdonker, vreemde geluiden dwalen rond de tent en ik merk dat ik mijn gedachten een beetje onder controle moet houden. Angst is een groot woord, maar lichte paranoia ligt toch wel op de loer in zo’n onbekende, eenzame omgeving. Ik rij verder door de Gorafe-regio naast Granada en snel voorbij de roemruchte costa’s op weg richting Catalonië. De Spaanse grens is alweer bijna in zicht wanneer ik Barcelona passeer op weg naar Zuid-Frankrijk. Inmiddels zit ik al een behoorlijke tijd in het zadel en ben al halverwege. Of laten we het van de positieve kant bekijken: ik heb de helft nog voor me!
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties














































